stichting Tilburgse Taol
Website over de Tilburgse taal en cultuur
Provinciale prijs jaarlijks toegekend door Stichting Tilburgse Taol
Jan Smeets wint Brabantse Dialectprijs
De Brabantse Dialectprijs De Vergulde Klomp 2009 is toegekend aan Jan Smeets uit Breda. Deze provinciale prijs wordt jaarlijks toegekend door de Stichting Tilburgse Taol. De uitreiking van de prijs vond dit jaar voor de eerste keer plaats tijdens het Brabantse Dialectenfestival in Lieshout op zondag 13 juni. Jan Smeets (1945) krijgt de prijs voor met name zijn toneelspelen, gedichten, liedjes en literatuurvertalingen in het Brabantse dialect. De prijs is voor de twaalfde keer uitgereikt. Als dialectschrijver liet Jan Smeets onder meer in Tilburg zijn sporen na met een poppenspel in het Tilburgs dialect over de befaamde straatmuzikant Jan Viool.

Opleiding voor sauwelèèrs geslaagd initiatief van de Stichting Tilburgse Taol.
Aan de lead de volgende zin toevoegen:
De Brabantse Tonpraot Akkedeemie is een initiatief van de Stichting Tilburgse Taol, carnavalsvereniging De Fèènpruuvers en de Carnavalsstichting Tilburg.
TONPRAOT AKKEDEEMIE BRABANT
4e CURSUSJAAR 2010
Na de drie succesvolle cursussen van 2007, 2008 en 2009 start de tonpraot akkedemie Brabant op woensdag 22 september met haar vierde cursus voor mensen de zich willen bekwamen in het vak van tonpraoten.
De lessen worden weer gegeven in de Harmonie, Stationsstraat 26 in Tilburg.
De Harmonie beschikt over een eigen te gebruiken parkeerplaats naast het gebouw.
Dit jaar zijn er vier cursusavonden, allen op woensdagen, te weten
22 september, 6 oktober, 27 oktober en 10 november.
Voor de afsluitende avond kunnen de cursisten kiezen uit vrijdag 26 of zaterdag 27 november.
Dit zijn de avonden waarop de cursisten geacht worden op te treden met een buut, voor ons een teken om ze als geslaagd te beschouwen en te belonen met een certificaat.
Op de eerste twee lesavonden zullen Cees Mallens en Sjef Robben de cursisten op weg helpen een typetje te creëren en een tekst te schrijven. Cees en Jef zijn in het verleden enige malen opperleuterer van Tilburg geweest.
Op de derde en de vierde avond zullen Elize Jorritsma en Jan Smeets de cursisten begeleiden bij het presenteren van hun buut. Beide docenten hebben veel ervaring op het gebied van regisseren en optredens voor een groter publiek. De cursisten kunnen hier erg veel leren om hun optreden tot een succes te maken
De cursus kost 50 euro en op korte termijn is onze nieuwe cursusfolder klaar waarop alle relevante gegevens vermeld staan. Belangstellenden sturen wij gaarne die folder toe.
Voor meer informatie en of aanmeldingen, zie onderstaande gegevens.
Harrie de Jong
Hart van Brabantlaan 1062
5038 JK Tilburg
013 5360976
hgndejong@home.nl
De in Vught geboren Jan Smeets was van 1970 tot 1983 medewerker van Toneelwerkgroep Proloog, van 1983 tot 1986 professioneel poppenspeler en van 1986 tot 2006 consulent theater en literatuur van het Centrum Voor Amateurkunst Noord-Brabant (CVA) in Tilburg. Jan Smeets begon zich in dialect te interesseren nadat in 1976 een dochter was geboren. Hij sprak het meisje toe in zijn moederstaal. Vanaf dat moment schreef hij liedjes in het dialect. Van 1980 tot 1995 maakte hij deel uit van een muzikaal duo dat zelfgeschreven dialectliedjes zong.
Toen hij in 1986 provinciaal toneeladviseur werd, merkte hij hoe belangrijk dialect is voor het amateurtoneel. Hij begon in het dialect toneelstukken te schrijven: zaalstukken, straatacts en openluchtstukken. Jan Smeets was jarenlang lid van de dialectcommissie van het Noordbrabants Genootschap. In 1994 was hij een van de initiatiefnemers tot de oprichting van het Brabantse Dialectenfestival in Lieshout, waar hij op 13 juni de Brabantse dialectprijs krijgt uitgereikt. Op zijn initiatief werd in 1996 in het kader van dit festival een vertaalproject van liedjes van Jacques Brel in gang gezet. Eveneens als onderdeel van dit festival vertaalde hij onder andere Romeo en Julia en Midzomernachtsdroom van Shakespeare in het Brabants dialect. Hij schreef poppenspelen in het dialect, vertaalde liedjes van The Beatles in het Brabants en schreef hoorspelen in het Brabants dialect. Zijn werk is te beluisteren op meerdere cd’s.
De in 1997 ingestelde Brabantse Dialectprijs is eerder onder meer uitgereikt aan Thieu Sijbers, prof. dr. Toon Weijnen, Gerard van Maasakkers, Cor en Jos Swanenberg en Johan Biemans. De prijs wordt toegekend aan mensen die zich op een grensverleggende manier verdienstelijk maken voor het Brabants dialect. Herhaalde malen heeft de prijs geleid tot nieuwe culturele initiatieven. Voorbeelden daarvan zijn de cd ‘Bietels op zijn Brabants’ en een cd met het hoorspel ‘En waar de ster bleef stille staan’. De toekenning van de prijs is dit jaar voor de eerste keer een samenwerkingsverband tussen de Stichting Tilburgse Taol en het Brabantse Dialectenfestival.
Hieronder het juryrapport.
JURYRAPPORT DE VERGULDE KLOMP 2009
JAN SMEETS
Als jouw auto kapot gaat, ga je naar de garage. Een monteur kijkt eens naar het euvel, sleutelt wat en je kunt weer rijden. Maar, als je weg wilt rijden zonder te betalen, kom je de garage niet uit. Het is wel een tegenvallend hoog bedrag, maar je betaalt omdat er niets anders opzit. Uit jouw bereidheid tot betalen spreekt ook respect voor het vakmanschap van de monteur.
Ditzelfde verhaal kan ik vertellen van de twee schilders, Frans uit Helmond en Frans uit Strijp, die recent ons huis een schilderbeurt hebben gegeven. De stoffeerder die de stoelen bekleedt die nog bij ons thuis in de goedj kaomer hebben gestaan. De timmerman, de tuinman - allemaal vakmensen van wie ik geniet omdat ze hun vak zo goed verstaan en die leven van het talent dat Onze Lieve Heer ze heeft gegeven.
Er is één talent dat zich veel moeilijker in inkomen laat vertalen, namelijk creativiteit die zich uitdrukt in de gave van het woord, in schrijven. Het is écht heel apart dat bij deze creativiteit meestal niet aan geld en verdiensten en betalen wordt gedacht. Als een dichter een gedicht schrijft lijkt het de normaalste zaak van de wereld dat hij dat voor niks doet. Je moet de mensen eens zien kijken als je daarvoor geld wilt zien. Datzelfde geldt voor het schrijven van een lied, een toneelspel, een mooi verhaal. Van alle talenten lijkt deze creativiteit het enige waarvan de beoefenaren worden geacht van de wind te leven. Dat daar helemaal niets van klopt mag duidelijk zijn. Maar dit gevoel ten opzichte van creativiteit is zó overheersend, dat als er bezuinigd moet worden zoals nu, meteen en in de eerste plaats naar cultuur wordt gekeken. Het relatief weinige geld dat daaraan wordt besteed kan nog wel wat minder en och, voor creativiteit hoef je toch niet te betalen.
En toch – en dat is net zo bijzonder – gaan die creatievelingen gewoon door met hun creativiteit – die blijft gewoon stromen. Daar kun je namelijk niet een stop opzetten, zoals ze in Amerika proberen met die spuitende oliebron. Met creativiteit word je geboren, je leeft ermee en je gaat ermee dood. Creativiteit is net zo eigen aan een mens als zijn haren, de kleur van zijn ogen of de taal die hij spreekt.
Zo’n mens is Jan Smeets. Wat ik daarnet verteld heb, gaat over Jan Smeets. Wat betreft de maatschappelijke inbedding van zijn rijke talenten heeft hij iets dubbels. Onder meer als consulent theater, literatuur en poppenspel van het Centrum Voor Amateurkunst Noord-Brabant (afgekort in CVA), kon hij van 1986 tot 2006 leven van zijn creativiteit. Dat hij in die functie veel meer gaf dan hij in geld kreeg, is ten tweede. Zijn creativiteit werd in ieder geval betaald, en terecht. Datzelfde geldt voor zijn medewerkerschap van Toneelwerkgroep Proloog van 1970 tot 1983 en de drie jaar daarna waarin hij bestond als freelancer en poppenspeler. Wie hier in de zaal – met een gezin – durft een bestaan op te bouwen als poppenspeler? Jan Smeets dus wel, want hij gelóóft in zijn talenten.
Daarnaast heeft Jan Smeets nog veel meer gedaan en dat was en is veelal belangeloos. Sinds 2006 is hij vrijgesteld van werken, maar is hij actiever dan ooit. Ik volg Jan Smeets daarin van dichtbij en ik kan uit eigen ervaring zeggen dat hij nooit naar geld vraagt als hem een of ander project wordt voorgesteld. Komt iemand eens met 500 euro over de brug voor een project dat het twintigvoudige waard is, dan krijgt hij een blik vol ongeloof. Gewend als hij is om voor creativiteit niet betaald te krijgen. Daar gaat het hem dan ook niet om. Jan Smeets leeft om anderen te plezieren met wonderschone gedichten, liedjes, verhalen, toneelstukken, vertalingen en andere teksten. Heel vaak – ik mag wel zeggen bij grote voorkeur – doet hij dat in het Noord-Brabants dialect.
De vader van de op 26 november 1945 in Vught geboren Jan Smeets was justitieambtenaar. Hij probeerde alle dialect uit huize Smeets te bannen. Zijn kinderen zouden beschaafde Nederlanders worden. Zelf kon hij slechts betrapt worden op een Brabantse tongval, wanneer hij de rol van conferencier speelde op bruiloften en jubilea. Jan Smeets senior was namelijk een veel gevraagd bruiloftsartiest.
Moeder kwam uit Drunen en communiceerde met haar inwonende vader in het Drunens. Maar ook tegen haar kinderen sprak ze met een tongval en gebruikte ze typische dialectuitdrukkingen. Zo noemde ze liefdevol ‘de zuurug veur’ haar grote gezin ‘’n heul bezwaoi’).
Op ’t gymnasium werd dialect er bij Jan Smeets uit geslagen en op de Sociale Academie werd het genegeerd. Als professionele theatermaker bij Toneelwerkgroep Proloog merkte hij, dat de weinige rollen die dialect spraken bij voorkeur gegeven werden aan spelers van boven de rivier, omdat die het Brabants zo geestig na konden doen.
Dialect werd voor Jan Smeets pas een serieus punt van aandacht, toen hij in 1976 een dochter kreeg en zichzelf erop betrapte, dat hij dat wicht liefdevol aansprak in de taal, waarmee hij zelf zijn eerste jaren verzorgd is: ‘Komt es hier, mèdje. Schrouw mar nie’. Vanaf dat moment schreef hij liedjes in het dialect, zoals het wiegeliedje ‘Mèèrrege’.
Mèèrrege leej in d’r wiegske,
Mèèrrege heej ôoge zo blauw.
Mèèrrege leej in d’r wiegske
En diëje glimlach die heet ze van ou.
Of zoals ‘Eene van Vught’, waarmee hij in 1984 de persprijs van de liedjeswedstrijd van Omroep Brabant en de omroepen van Nederlands en Belgisch Limburg won:
Toen ik vort oud genoeg waor om ’t te onthouwe
naome m’n ouders me apart en zeie: ‘Zoon,
agge de wirreld in gaot zulde staon te kijke.
Veul gaot arrig daor en wènnig gaot gewoon.
Want al wè simpel is dé doen ze ingewikkeld
En ‘nne trègedie maoke ze van ellke klucht
en agge d’r iets van zegt: ze gaon nie naor oe heure,
want… ge bent ‘r maor eene van Vught’.
Van 1980 tot 1995 was Jan Smeets lid van het muzikale duo ‘Jan & Frans’ dat veel zelfgeschreven liedjes in het dialect op het repertoire had. Ze traden veel op door heel de provincie, en waren vaste gast bij de Brabantse Dag in Heeze en zongen voor en na de optocht in de straten daar.
Hees, wè maokte wir ’n kouwe drukte:
Al die boere en graovinne over staot,
Al die narre, al die meide en meneere,
Nou d’n optocht wir langs ’t Raodhuis gaot.
’t Lèkt wel of ze ammaol zèn gekomme.
Is ’t hier wel ooit zoo druk gewist ?
Ik vraog me af, wie dè hier schôn gaot maoke.
Diëje mens heet mèèrrege z’n fist !
Toen Jan Smeets in 1986 Provinciaal Toneeladviseur van het Brabants Centrum voor het Amateurtoneel werd, merkte hij hoe belangrijk het dialect was voor het amateurtoneel. ‘Speulen we in’t ABN of in de taol van ons Moeke ?’ was de vraag, die hem regelmatig gesteld werd, als hij in de dorpen ging werken bij een toneelvereniging. Heel wat spelers op het platteland speelden de sterren van de hemel, als het in het ‘plat’ mocht, maar werden spastisch of een karikatuur van zichzelf, als ze ABN moesten spreken in hun rol. Want dialect is de taal waarin veel mensen hebben leren lachen en huilen. Is de taal van de emotie. En bij toneel draait alles om emotie.
Jan Smeets begon toneelstukken in het dialect te schrijven: openluchtstukken, straatacts, zaalstukken. ‘De Noteboom’ uit 1993, over de geschiedenis van het boerenbedrijf, dat Smeets voor de honderdjarige NCB schreef is daar een mooi voorbeeld van:
‘Ne schaduw op d’n achterdeur, ’n dak ovver ’t erf.
En haande vol meej noote, die we raope in de herfst.
De vliege blèève buite, maor wè doe die vlieg daor dan ?
‘k Verwed m’nne pet, dè die de zondag langs de veurdeur kwam.
Hé, noteboom, gij trouwe vriend,
Gij hèt’t nie aon mèn verdiend,
Dé’k ouw, nou ’t werk wir is gedaon,
Hier aon d’n achterdeur laot staon.
Vanaf 1990 was Jan Smeets consulent voor theater, poppenspel en literatuur bij het Centrum Voor Amasteurkunst Noord-Brabant. Als literatuurconsulent heeft hij steeds de zorg voor de ontwikkeling van het Brabants dialect als de zijne beschouwd. Veel van de volgende activiteiten heeft hij verricht als consulent.
In 1993 organiseerde hij in het Centrum Voor Amateurkunst in Tilburg voor het Noord Brabants Genootschap een studiedag voor dialecttoneel: Lezingen, discussies en opvoeringen van 4 eenacters, die voor die dag geschreven waren door diverse auteurs in diverse dialecten. Op die dag verscheen ook het boekje, ‘Open Doekske’, over Brabants dialecttoneel. Hij was jarenlang lid van de dialectcommissie van het Noordbrabants Genootschap en organiseerde voor haar in 1996 het ‘Schelmenfestival’. Dat was een straattheatertour van amateurgroepen langs Den Bosch, Ravenstein, Lieshout en Bergen op Zoom met zes straatstukken in diverse dialecten, die speciaal voor deze tour geschreven waren.
Jan Smeets was lid van de initiatiefgroep, die in 1994 het eerste Festival voor Brabantse dialecten in Lieshout organiseerde. Tot 2006 was hij actief lid van het bestuur van dit festival. Hij had zijn bijdrage aan organisatie en programmering en schreef samen met componist Bas Tummers vanaf 1996 tot 2008 een lied waarmee het festival geopend werd.
In 1996 was op zijn initiatief het vertalen en vertolken van liedjes van Jacques Brel in het Brabants een onderdeel van het festival. Een van de vertalingen van Jan Smeets zelf, ‘Gao nie weg van mèn’ is op de CD ‘’n Toerke Brabants’ terecht gekomen in een uitvoering van Dorien van Limpt. ‘’n Toerke Brabants’ was een uitgave van de Lokale Omroep Berlicum. Het was de bedoeling de vertalingen van de liedjes van Brel op een cd uit te geven. Helaas was daar geen geld voor. Als eerbetoon aan Jan Smeets wil ik me ervoor inzetten dat deze cd er alsnog komt. Ik roep iedereen op hierbij behulpzaam te zijn.
Jan Smeets was initiatiefnemer en drijvende kracht achter het project van het Festival voor Brabantse Dialecten te Lieshout, dat grote stukken uit de wereldliteratuur omzette in het Brabants en liet opvoeren in het openluchttheater te Mariahout. Tot nu toe zijn op die manier ‘Romeo en Julia’ van Shakespeare, ‘Yerma’ van Lorca, drie stukken van Goldoni (een Goldoniade ) en ‘Midzomernachtsdroom’ van Shakespeare omgezet en opgevoerd in het Brabants Dialect. Van die teksten is een boekuitgave gerealiseerd.
Voor de Stichting Tilburgse Taol schreef en speelde Jan Smeets poppenspelen in het dialect, zoals ‘De Florentijnse Serenaode’ (1999 ) over het leven van Jan Viool en ‘Die aovond aon de grens’ (2009 ) over smokkelen.
Jan Smeets was van 1997 tot 2008 voorzitter van de jury van de jaarlijkse Brabantse Dialectprijs ‘De Vergulde Klomp’. Met enige regelmaat schreef hij de juryrapporten voor de winnaars en organiseerde en voerde hij jaarlijks de spectaculaire avonden mee uit, waarop die prijs uitgereikt werd in ‘De Beurs’ in St. Oedenrode.
Drie maal schreef Jan Smeets voor de Tilburgse dweilband Janus Overlast een liedje voor het Kwèkfestijn. Zijn lied werd steevast laatste, wat Sjaak van de Ven de uitlating ontlokte: ‘Smeets moet intelligenter zijn dan ik, want ík wordt steeds voorlaatste’.
De afgelopen jaren heeft hij, samen met Paul Spapens, Eric Kolen en Gerard Rooijakkers ruim 50 maal de voorstelling ‘Mis met vier heren’ gespeeld, een docu-varietéprogrtamma over het Rijke Roomse leven, dat voor het grootste deel in het dialect over het voetlicht gebracht wordt. Momenteel heeft Jan Smeets absoluut het voortouw in het ontwikkelen van een vervolg op dit succesvolle theaterproject. ‘Kopstukken’, zoals het gaat heten, zal nooit op de planken komen zónder de enorme inzet en de kennis van Jan Smeets.
Sinds 2007 wordt op de dinsdag van carnaval op de markt van Breda een poppenspel gespeeld voor de ‘Brakken’, de kinderen van Breda. Jan Smeets ontwierp de kast van 9 bij 5 meter en de poppen van 3 en een halve meter hoog en schreef en schrijft ieder jaar een nieuw spel, dat vertolkt wordt in het plat Bredaas. Volgend jaar voor de vijfde keer.
In 2008 verscheen ‘Bietels op z’n Brabants’. Een CD met vertalingen in diverse Brabantse dialecten van 17 liedjes van the Beatles. Een idee van Jan Smeets, uitgevoerd door de Stichting Tilburgse Taol en het Erfgoedhuis Brabant. Jan Smeets had ook een grote hand in de tot stand koming van dit project.
In 2009 bewerkte hij voor de Stichting Tilburgse Taol en het Erfgoedhuis Brabant ‘En waor de ster blêef stille staon’ van Felix Timmermans tot hoorspel. En hij regisseerde dat met regionale toneelspelers. Het werd op cd uitgebracht en het werd een doorslaand succes. Nu heeft Jan Smeets een kersthoorspel in het dialect in voorbereiding. ‘Kerst aon d’n A58’ komt in november van dit jaar uit op cd’.
Om ademloos van te worden…
Ik begon mijn juryrapport met een kritische beschouwing over het feit dat creativiteit niet wordt beloond. Vrijwel alles van wat ik daarnet heb opgesomd, heeft Jan Smeets kosteloos of voor een zeer klein bedrag gedaan. Maar hij wordt nu beloond met de Brabantse Dialectprijs De Vergulde Klomp 2009. Deze prijs is een uitdrukking van dankbaarheid van alles wat Jan Smeets voor het Noord-Brabants dialect heeft gedaan. En nóg zal doen. Jan Smeets heeft het Brabants dialect overgoten met een literaire saus. Hij ontwikkelde projecten die heel veel mensen deden inzien dat dialect zo waardevol is dat het niet verboden moet worden of moet worden genegeerd zoals hij zelf in zijn jeugd ervoer.
Dank je wel Jan voor alles wat je voor het Brabants dialect hebt gedaan.
Moergestel, 12 juni 2010.
Jan Smeets wint Brabantse Dialectprijs
De Brabantse Dialectprijs De Vergulde Klomp 2009 is toegekend aan Jan Smeets uit Breda. Deze provinciale prijs wordt jaarlijks toegekend door de Stichting Tilburgse Taol. De uitreiking van de prijs vond dit jaar voor de eerste keer plaats tijdens het Brabantse Dialectenfestival in Lieshout op zondag 13 juni. Jan Smeets (1945) krijgt de prijs voor met name zijn toneelspelen, gedichten, liedjes en literatuurvertalingen in het Brabantse dialect. De prijs is voor de twaalfde keer uitgereikt. Als dialectschrijver liet Jan Smeets onder meer in Tilburg zijn sporen na met een poppenspel in het Tilburgs dialect over de befaamde straatmuzikant Jan Viool.

Opleiding voor sauwelèèrs geslaagd initiatief van de Stichting Tilburgse Taol.
Aan de lead de volgende zin toevoegen:
De Brabantse Tonpraot Akkedeemie is een initiatief van de Stichting Tilburgse Taol, carnavalsvereniging De Fèènpruuvers en de Carnavalsstichting Tilburg.
TONPRAOT AKKEDEEMIE BRABANT
4e CURSUSJAAR 2010
Na de drie succesvolle cursussen van 2007, 2008 en 2009 start de tonpraot akkedemie Brabant op woensdag 22 september met haar vierde cursus voor mensen de zich willen bekwamen in het vak van tonpraoten.
De lessen worden weer gegeven in de Harmonie, Stationsstraat 26 in Tilburg.
De Harmonie beschikt over een eigen te gebruiken parkeerplaats naast het gebouw.
Dit jaar zijn er vier cursusavonden, allen op woensdagen, te weten
22 september, 6 oktober, 27 oktober en 10 november.
Voor de afsluitende avond kunnen de cursisten kiezen uit vrijdag 26 of zaterdag 27 november.
Dit zijn de avonden waarop de cursisten geacht worden op te treden met een buut, voor ons een teken om ze als geslaagd te beschouwen en te belonen met een certificaat.
Op de eerste twee lesavonden zullen Cees Mallens en Sjef Robben de cursisten op weg helpen een typetje te creëren en een tekst te schrijven. Cees en Jef zijn in het verleden enige malen opperleuterer van Tilburg geweest.
Op de derde en de vierde avond zullen Elize Jorritsma en Jan Smeets de cursisten begeleiden bij het presenteren van hun buut. Beide docenten hebben veel ervaring op het gebied van regisseren en optredens voor een groter publiek. De cursisten kunnen hier erg veel leren om hun optreden tot een succes te maken
De cursus kost 50 euro en op korte termijn is onze nieuwe cursusfolder klaar waarop alle relevante gegevens vermeld staan. Belangstellenden sturen wij gaarne die folder toe.
Voor meer informatie en of aanmeldingen, zie onderstaande gegevens.
Harrie de Jong
Hart van Brabantlaan 1062
5038 JK Tilburg
013 5360976
hgndejong@home.nl
De in Vught geboren Jan Smeets was van 1970 tot 1983 medewerker van Toneelwerkgroep Proloog, van 1983 tot 1986 professioneel poppenspeler en van 1986 tot 2006 consulent theater en literatuur van het Centrum Voor Amateurkunst Noord-Brabant (CVA) in Tilburg. Jan Smeets begon zich in dialect te interesseren nadat in 1976 een dochter was geboren. Hij sprak het meisje toe in zijn moederstaal. Vanaf dat moment schreef hij liedjes in het dialect. Van 1980 tot 1995 maakte hij deel uit van een muzikaal duo dat zelfgeschreven dialectliedjes zong.
Toen hij in 1986 provinciaal toneeladviseur werd, merkte hij hoe belangrijk dialect is voor het amateurtoneel. Hij begon in het dialect toneelstukken te schrijven: zaalstukken, straatacts en openluchtstukken. Jan Smeets was jarenlang lid van de dialectcommissie van het Noordbrabants Genootschap. In 1994 was hij een van de initiatiefnemers tot de oprichting van het Brabantse Dialectenfestival in Lieshout, waar hij op 13 juni de Brabantse dialectprijs krijgt uitgereikt. Op zijn initiatief werd in 1996 in het kader van dit festival een vertaalproject van liedjes van Jacques Brel in gang gezet. Eveneens als onderdeel van dit festival vertaalde hij onder andere Romeo en Julia en Midzomernachtsdroom van Shakespeare in het Brabants dialect. Hij schreef poppenspelen in het dialect, vertaalde liedjes van The Beatles in het Brabants en schreef hoorspelen in het Brabants dialect. Zijn werk is te beluisteren op meerdere cd’s.
De in 1997 ingestelde Brabantse Dialectprijs is eerder onder meer uitgereikt aan Thieu Sijbers, prof. dr. Toon Weijnen, Gerard van Maasakkers, Cor en Jos Swanenberg en Johan Biemans. De prijs wordt toegekend aan mensen die zich op een grensverleggende manier verdienstelijk maken voor het Brabants dialect. Herhaalde malen heeft de prijs geleid tot nieuwe culturele initiatieven. Voorbeelden daarvan zijn de cd ‘Bietels op zijn Brabants’ en een cd met het hoorspel ‘En waar de ster bleef stille staan’. De toekenning van de prijs is dit jaar voor de eerste keer een samenwerkingsverband tussen de Stichting Tilburgse Taol en het Brabantse Dialectenfestival.
Hieronder het juryrapport.
JURYRAPPORT DE VERGULDE KLOMP 2009
JAN SMEETS
Als jouw auto kapot gaat, ga je naar de garage. Een monteur kijkt eens naar het euvel, sleutelt wat en je kunt weer rijden. Maar, als je weg wilt rijden zonder te betalen, kom je de garage niet uit. Het is wel een tegenvallend hoog bedrag, maar je betaalt omdat er niets anders opzit. Uit jouw bereidheid tot betalen spreekt ook respect voor het vakmanschap van de monteur.
Ditzelfde verhaal kan ik vertellen van de twee schilders, Frans uit Helmond en Frans uit Strijp, die recent ons huis een schilderbeurt hebben gegeven. De stoffeerder die de stoelen bekleedt die nog bij ons thuis in de goedj kaomer hebben gestaan. De timmerman, de tuinman - allemaal vakmensen van wie ik geniet omdat ze hun vak zo goed verstaan en die leven van het talent dat Onze Lieve Heer ze heeft gegeven.
Er is één talent dat zich veel moeilijker in inkomen laat vertalen, namelijk creativiteit die zich uitdrukt in de gave van het woord, in schrijven. Het is écht heel apart dat bij deze creativiteit meestal niet aan geld en verdiensten en betalen wordt gedacht. Als een dichter een gedicht schrijft lijkt het de normaalste zaak van de wereld dat hij dat voor niks doet. Je moet de mensen eens zien kijken als je daarvoor geld wilt zien. Datzelfde geldt voor het schrijven van een lied, een toneelspel, een mooi verhaal. Van alle talenten lijkt deze creativiteit het enige waarvan de beoefenaren worden geacht van de wind te leven. Dat daar helemaal niets van klopt mag duidelijk zijn. Maar dit gevoel ten opzichte van creativiteit is zó overheersend, dat als er bezuinigd moet worden zoals nu, meteen en in de eerste plaats naar cultuur wordt gekeken. Het relatief weinige geld dat daaraan wordt besteed kan nog wel wat minder en och, voor creativiteit hoef je toch niet te betalen.
En toch – en dat is net zo bijzonder – gaan die creatievelingen gewoon door met hun creativiteit – die blijft gewoon stromen. Daar kun je namelijk niet een stop opzetten, zoals ze in Amerika proberen met die spuitende oliebron. Met creativiteit word je geboren, je leeft ermee en je gaat ermee dood. Creativiteit is net zo eigen aan een mens als zijn haren, de kleur van zijn ogen of de taal die hij spreekt.
Zo’n mens is Jan Smeets. Wat ik daarnet verteld heb, gaat over Jan Smeets. Wat betreft de maatschappelijke inbedding van zijn rijke talenten heeft hij iets dubbels. Onder meer als consulent theater, literatuur en poppenspel van het Centrum Voor Amateurkunst Noord-Brabant (afgekort in CVA), kon hij van 1986 tot 2006 leven van zijn creativiteit. Dat hij in die functie veel meer gaf dan hij in geld kreeg, is ten tweede. Zijn creativiteit werd in ieder geval betaald, en terecht. Datzelfde geldt voor zijn medewerkerschap van Toneelwerkgroep Proloog van 1970 tot 1983 en de drie jaar daarna waarin hij bestond als freelancer en poppenspeler. Wie hier in de zaal – met een gezin – durft een bestaan op te bouwen als poppenspeler? Jan Smeets dus wel, want hij gelóóft in zijn talenten.
Daarnaast heeft Jan Smeets nog veel meer gedaan en dat was en is veelal belangeloos. Sinds 2006 is hij vrijgesteld van werken, maar is hij actiever dan ooit. Ik volg Jan Smeets daarin van dichtbij en ik kan uit eigen ervaring zeggen dat hij nooit naar geld vraagt als hem een of ander project wordt voorgesteld. Komt iemand eens met 500 euro over de brug voor een project dat het twintigvoudige waard is, dan krijgt hij een blik vol ongeloof. Gewend als hij is om voor creativiteit niet betaald te krijgen. Daar gaat het hem dan ook niet om. Jan Smeets leeft om anderen te plezieren met wonderschone gedichten, liedjes, verhalen, toneelstukken, vertalingen en andere teksten. Heel vaak – ik mag wel zeggen bij grote voorkeur – doet hij dat in het Noord-Brabants dialect.
De vader van de op 26 november 1945 in Vught geboren Jan Smeets was justitieambtenaar. Hij probeerde alle dialect uit huize Smeets te bannen. Zijn kinderen zouden beschaafde Nederlanders worden. Zelf kon hij slechts betrapt worden op een Brabantse tongval, wanneer hij de rol van conferencier speelde op bruiloften en jubilea. Jan Smeets senior was namelijk een veel gevraagd bruiloftsartiest.
Moeder kwam uit Drunen en communiceerde met haar inwonende vader in het Drunens. Maar ook tegen haar kinderen sprak ze met een tongval en gebruikte ze typische dialectuitdrukkingen. Zo noemde ze liefdevol ‘de zuurug veur’ haar grote gezin ‘’n heul bezwaoi’).
Op ’t gymnasium werd dialect er bij Jan Smeets uit geslagen en op de Sociale Academie werd het genegeerd. Als professionele theatermaker bij Toneelwerkgroep Proloog merkte hij, dat de weinige rollen die dialect spraken bij voorkeur gegeven werden aan spelers van boven de rivier, omdat die het Brabants zo geestig na konden doen.
Dialect werd voor Jan Smeets pas een serieus punt van aandacht, toen hij in 1976 een dochter kreeg en zichzelf erop betrapte, dat hij dat wicht liefdevol aansprak in de taal, waarmee hij zelf zijn eerste jaren verzorgd is: ‘Komt es hier, mèdje. Schrouw mar nie’. Vanaf dat moment schreef hij liedjes in het dialect, zoals het wiegeliedje ‘Mèèrrege’.
Mèèrrege leej in d’r wiegske,
Mèèrrege heej ôoge zo blauw.
Mèèrrege leej in d’r wiegske
En diëje glimlach die heet ze van ou.
Of zoals ‘Eene van Vught’, waarmee hij in 1984 de persprijs van de liedjeswedstrijd van Omroep Brabant en de omroepen van Nederlands en Belgisch Limburg won:
Toen ik vort oud genoeg waor om ’t te onthouwe
naome m’n ouders me apart en zeie: ‘Zoon,
agge de wirreld in gaot zulde staon te kijke.
Veul gaot arrig daor en wènnig gaot gewoon.
Want al wè simpel is dé doen ze ingewikkeld
En ‘nne trègedie maoke ze van ellke klucht
en agge d’r iets van zegt: ze gaon nie naor oe heure,
want… ge bent ‘r maor eene van Vught’.
Van 1980 tot 1995 was Jan Smeets lid van het muzikale duo ‘Jan & Frans’ dat veel zelfgeschreven liedjes in het dialect op het repertoire had. Ze traden veel op door heel de provincie, en waren vaste gast bij de Brabantse Dag in Heeze en zongen voor en na de optocht in de straten daar.
Hees, wè maokte wir ’n kouwe drukte:
Al die boere en graovinne over staot,
Al die narre, al die meide en meneere,
Nou d’n optocht wir langs ’t Raodhuis gaot.
’t Lèkt wel of ze ammaol zèn gekomme.
Is ’t hier wel ooit zoo druk gewist ?
Ik vraog me af, wie dè hier schôn gaot maoke.
Diëje mens heet mèèrrege z’n fist !
Toen Jan Smeets in 1986 Provinciaal Toneeladviseur van het Brabants Centrum voor het Amateurtoneel werd, merkte hij hoe belangrijk het dialect was voor het amateurtoneel. ‘Speulen we in’t ABN of in de taol van ons Moeke ?’ was de vraag, die hem regelmatig gesteld werd, als hij in de dorpen ging werken bij een toneelvereniging. Heel wat spelers op het platteland speelden de sterren van de hemel, als het in het ‘plat’ mocht, maar werden spastisch of een karikatuur van zichzelf, als ze ABN moesten spreken in hun rol. Want dialect is de taal waarin veel mensen hebben leren lachen en huilen. Is de taal van de emotie. En bij toneel draait alles om emotie.
Jan Smeets begon toneelstukken in het dialect te schrijven: openluchtstukken, straatacts, zaalstukken. ‘De Noteboom’ uit 1993, over de geschiedenis van het boerenbedrijf, dat Smeets voor de honderdjarige NCB schreef is daar een mooi voorbeeld van:
‘Ne schaduw op d’n achterdeur, ’n dak ovver ’t erf.
En haande vol meej noote, die we raope in de herfst.
De vliege blèève buite, maor wè doe die vlieg daor dan ?
‘k Verwed m’nne pet, dè die de zondag langs de veurdeur kwam.
Hé, noteboom, gij trouwe vriend,
Gij hèt’t nie aon mèn verdiend,
Dé’k ouw, nou ’t werk wir is gedaon,
Hier aon d’n achterdeur laot staon.
Vanaf 1990 was Jan Smeets consulent voor theater, poppenspel en literatuur bij het Centrum Voor Amasteurkunst Noord-Brabant. Als literatuurconsulent heeft hij steeds de zorg voor de ontwikkeling van het Brabants dialect als de zijne beschouwd. Veel van de volgende activiteiten heeft hij verricht als consulent.
In 1993 organiseerde hij in het Centrum Voor Amateurkunst in Tilburg voor het Noord Brabants Genootschap een studiedag voor dialecttoneel: Lezingen, discussies en opvoeringen van 4 eenacters, die voor die dag geschreven waren door diverse auteurs in diverse dialecten. Op die dag verscheen ook het boekje, ‘Open Doekske’, over Brabants dialecttoneel. Hij was jarenlang lid van de dialectcommissie van het Noordbrabants Genootschap en organiseerde voor haar in 1996 het ‘Schelmenfestival’. Dat was een straattheatertour van amateurgroepen langs Den Bosch, Ravenstein, Lieshout en Bergen op Zoom met zes straatstukken in diverse dialecten, die speciaal voor deze tour geschreven waren.
Jan Smeets was lid van de initiatiefgroep, die in 1994 het eerste Festival voor Brabantse dialecten in Lieshout organiseerde. Tot 2006 was hij actief lid van het bestuur van dit festival. Hij had zijn bijdrage aan organisatie en programmering en schreef samen met componist Bas Tummers vanaf 1996 tot 2008 een lied waarmee het festival geopend werd.
In 1996 was op zijn initiatief het vertalen en vertolken van liedjes van Jacques Brel in het Brabants een onderdeel van het festival. Een van de vertalingen van Jan Smeets zelf, ‘Gao nie weg van mèn’ is op de CD ‘’n Toerke Brabants’ terecht gekomen in een uitvoering van Dorien van Limpt. ‘’n Toerke Brabants’ was een uitgave van de Lokale Omroep Berlicum. Het was de bedoeling de vertalingen van de liedjes van Brel op een cd uit te geven. Helaas was daar geen geld voor. Als eerbetoon aan Jan Smeets wil ik me ervoor inzetten dat deze cd er alsnog komt. Ik roep iedereen op hierbij behulpzaam te zijn.
Jan Smeets was initiatiefnemer en drijvende kracht achter het project van het Festival voor Brabantse Dialecten te Lieshout, dat grote stukken uit de wereldliteratuur omzette in het Brabants en liet opvoeren in het openluchttheater te Mariahout. Tot nu toe zijn op die manier ‘Romeo en Julia’ van Shakespeare, ‘Yerma’ van Lorca, drie stukken van Goldoni (een Goldoniade ) en ‘Midzomernachtsdroom’ van Shakespeare omgezet en opgevoerd in het Brabants Dialect. Van die teksten is een boekuitgave gerealiseerd.
Voor de Stichting Tilburgse Taol schreef en speelde Jan Smeets poppenspelen in het dialect, zoals ‘De Florentijnse Serenaode’ (1999 ) over het leven van Jan Viool en ‘Die aovond aon de grens’ (2009 ) over smokkelen.
Jan Smeets was van 1997 tot 2008 voorzitter van de jury van de jaarlijkse Brabantse Dialectprijs ‘De Vergulde Klomp’. Met enige regelmaat schreef hij de juryrapporten voor de winnaars en organiseerde en voerde hij jaarlijks de spectaculaire avonden mee uit, waarop die prijs uitgereikt werd in ‘De Beurs’ in St. Oedenrode.
Drie maal schreef Jan Smeets voor de Tilburgse dweilband Janus Overlast een liedje voor het Kwèkfestijn. Zijn lied werd steevast laatste, wat Sjaak van de Ven de uitlating ontlokte: ‘Smeets moet intelligenter zijn dan ik, want ík wordt steeds voorlaatste’.
De afgelopen jaren heeft hij, samen met Paul Spapens, Eric Kolen en Gerard Rooijakkers ruim 50 maal de voorstelling ‘Mis met vier heren’ gespeeld, een docu-varietéprogrtamma over het Rijke Roomse leven, dat voor het grootste deel in het dialect over het voetlicht gebracht wordt. Momenteel heeft Jan Smeets absoluut het voortouw in het ontwikkelen van een vervolg op dit succesvolle theaterproject. ‘Kopstukken’, zoals het gaat heten, zal nooit op de planken komen zónder de enorme inzet en de kennis van Jan Smeets.
Sinds 2007 wordt op de dinsdag van carnaval op de markt van Breda een poppenspel gespeeld voor de ‘Brakken’, de kinderen van Breda. Jan Smeets ontwierp de kast van 9 bij 5 meter en de poppen van 3 en een halve meter hoog en schreef en schrijft ieder jaar een nieuw spel, dat vertolkt wordt in het plat Bredaas. Volgend jaar voor de vijfde keer.
In 2008 verscheen ‘Bietels op z’n Brabants’. Een CD met vertalingen in diverse Brabantse dialecten van 17 liedjes van the Beatles. Een idee van Jan Smeets, uitgevoerd door de Stichting Tilburgse Taol en het Erfgoedhuis Brabant. Jan Smeets had ook een grote hand in de tot stand koming van dit project.
In 2009 bewerkte hij voor de Stichting Tilburgse Taol en het Erfgoedhuis Brabant ‘En waor de ster blêef stille staon’ van Felix Timmermans tot hoorspel. En hij regisseerde dat met regionale toneelspelers. Het werd op cd uitgebracht en het werd een doorslaand succes. Nu heeft Jan Smeets een kersthoorspel in het dialect in voorbereiding. ‘Kerst aon d’n A58’ komt in november van dit jaar uit op cd’.
Om ademloos van te worden…
Ik begon mijn juryrapport met een kritische beschouwing over het feit dat creativiteit niet wordt beloond. Vrijwel alles van wat ik daarnet heb opgesomd, heeft Jan Smeets kosteloos of voor een zeer klein bedrag gedaan. Maar hij wordt nu beloond met de Brabantse Dialectprijs De Vergulde Klomp 2009. Deze prijs is een uitdrukking van dankbaarheid van alles wat Jan Smeets voor het Noord-Brabants dialect heeft gedaan. En nóg zal doen. Jan Smeets heeft het Brabants dialect overgoten met een literaire saus. Hij ontwikkelde projecten die heel veel mensen deden inzien dat dialect zo waardevol is dat het niet verboden moet worden of moet worden genegeerd zoals hij zelf in zijn jeugd ervoer.
Dank je wel Jan voor alles wat je voor het Brabants dialect hebt gedaan.
Moergestel, 12 juni 2010.
Menu
Home
Archief
Dikteej
Teksten
Taolklas
Vragen
Winkel
Organisatie
Activiteiten
Links
De activiteiten van de Stichting Tilburgse Taol worden mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Rabobank Tilburg en omstreken.

Copyright Stichting Tilburgse Taol 2005-2013
Archief
Dikteej
Teksten
Taolklas
Vragen
Winkel
Organisatie
Activiteiten
Links
De activiteiten van de Stichting Tilburgse Taol worden mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Rabobank Tilburg en omstreken.

Copyright Stichting Tilburgse Taol 2005-2013
